[Eurosonic - Noorderslag 2010]

Bands spelen zich in de kijker in Groningen

Ondanks de bittere kou was de 24ste editie van het Nederlandse showcase festival Eurosonic - Noorderslag een groot succes. Alle kaartjes gingen vlot over de toonbank, meer dan 250 artiesten van over heel Europa speelden zichzelf in de kijker van de Europese muziekindustrie en op de koop toe werden we aangenaam verrast door een nieuw fenomeen dat de kop opsteekt op Eurosonic: bands nodigen zichzelf uit en trotseren de kou om al buskerend passanten in te pakken.
Van onze talrijke tips voor Eurosonic, hebben we er omwille van de grote drukte in het stadscentrum slechts 5 kunnen zien, maar dat belette ons niet uit te wijken naar alternatieven die evenzeer een bijzonder goede indruk nalieten...

De Nederlandse band Daily Bread (***) opende Eurosonic in een sfeervolle tent, die de Opera gedoopt werd. Het Friese trio werd vooraf al getipt als een topper en kon de hoge verwachtingen ruimschoots inlossen. De catchy riffs, stevige beats, zware bas en het opvallende stemgeluid van frontvrouw Kimberly bevatten flarden PJ Harvey en ZzZ, maar bovenal een eigen sound die blijft hangen en uitnodigt tot dansen op het garage dancegeluid dat de band produceert.

Vervolgens holden we richting Stadsschouwburg, waar de Britse sensatie The XX (****) zijn opwachting maakte. The XX is een band die less boven more verkiest. Podiumprésence is het viertal vreemd, maar de prille twintigers steken des te meer energie in het maken van mooie songs die met hun minimalistische new-wave geluid doen denken aan Joy Division vermengd met Young Marble Giants en The Cure.

Even later was het The Leisure Society (***) (UK) dat het mooie weer maakte in De Spieghel. Voor even dan toch. De band speelde in een vol huis neo-folk en indiepop in de stijl van Fleet Foxes, The Shins en Grizzly Bear, maar kon onze aandacht niet vasthouden. The Leisure Society wisselt in hun songs vaak tussen banjo's, violen en ukeleles en brengt zo nu en dan eens verrassende wendingen in hun nummers, maar over 't algemeen zit er té weinig variatie in de nummers, waardoor alles uiteindelijk hetzelfde klinkt.

Met Isbells (****) troffen we de eerste Belgen in het programma van Eurosonic aan. Voor deze band verplaatsen we ons enkele meters naar boven, in het veel te kleine zaaltje van De Spieghel. Het optreden van Gaëtan Vandewoude en co beperkte zich voor ons vooral tot luisteren, want door de drukte was er bitter weinig te zien.
Isbells speelde zich voor de mensen op de eerste rij in de kijker. Zij die verder achteraan stonden, hoorden vooral dat het heel erg goed was. De met ochtenddauw doorspekte songs lenen zich perfect voor de soundtrack van talloze mijmerfilms. Isbells heeft voor zijn songs alle nodige ingrediënten verzameld en vermengd tot sterke nummers met meerstemmige zang. Eén zo'n nummer, As Long As It Takes, schopte het reeds tot de hitlijsten en is nu reeds voer voor de eindejaarslijsten van de komende 20 jaar. Vraag is natuurlijk of de overige songs uit hun debuutalbum 'Isbells' evenzeer blijven hangen.

De volgende band op ons lijstje was We Were Promised Jetpacks, maar met de lange wachtrij voor Huis De Beurs was er geen doorkomen aan. Op naar Huize Maas dan maar, waar nog plaats zat was voor Chapel Club (*) (UK). De band geeft de indruk een kopie van Editors te willen worden, maar daarvoor is de weg nog lang, erg lang zelfs. Op de muziek valt niets aan te merken, die klinkt immers zuiver en lekker duister, maar de zangkwaliteiten laten erg veel te wensen over. Een tegenvaller, dat mag je wel zeggen ja. Chapel Club is absoluut geen band om in de eindejaarslijstjes te rammen, ook niet over 20 jaar, tenzij ze een andere zanger mét zangkwaliteiten en podiumprésence onder de arm nemen.

Het optreden van Love Amonst Ruin (**) (UK) in Huize Maas was eveneens van lage kwaliteit. Het is dan ook weer zo'n bandje dat zich plots ontpopte tot onze vervangers voor Seabear, die we - opnieuw door grote drukte - moeten missen in De Spieghel. Love Amongst Ruin is de nieuwe band van ex-Placebo-drummer Steve Hewitt. De verwachtingen lagen daardoor een stuk hoger dan bij eender welke andere band op het programma van Eurosonic, maar die verwachtingen werden niet ingelost. Sterker nog: in de Vindicat stond een stel jonge Noren reeds op ons te wachten, maar daarover zo meteen meer.
Love Amongst Ruin brengt een weinig variërende set met behoorlijk saaie nummers, heel anders dan wat we bij Placebo gewoon zijn. Naar eigen zeggen brengt Hewitt met zijn nieuwe band veelzijdige hardrock met een crunch van stone age queen, de crossoverappeal van een park vol linkins en het melodieuze van de gehardste fighter van foos. Onze mening: allemaal leugens...

Tijd dan voor onze afsluiter van Eurosonic Dag 1... In de Vindicat stond de vierkoppige Noorse band The Megaphonic Thrift (*****) op de Bühne. Nu ja, Bühne... Dat die zaal überhaupt nog gebruikt mág worden, verrast ons wel. De Vindicat is niet meer dan een zwaar verwaarloosde studenten-partytempel. Al bij het binnenkomen ruik je een doordringende kots- en wc-geur. Blijf je 10 seconden op één en dezelfde plek staan, dan is er door de plakkerige vloer geen wegkomen meer aan. En dan is er nog het grote gat in het plafond, langs waar water zich een weg baant naar de eerste 4 meters voor het podium. Fijn en proper is anders... Waar waren we ook alweer gebleven? Oh ja, The Megaphonic Thrift! Schitterende band, zoveel is zeker!
The Megaphonic Thrift bevat muzikanten uit de Noorse muziekstad bij uitstek, Bergen, waar de vier groepsleden normaal gesproken in bands als Casiokids en The Low Frequency In Stereo (deze laatsten stonden eveneens op Eurosonic) spelen. Met The Megaphonic Thrift maken ze van shoegaze en noisepop een spannend geheel dat doet denken aan Sonic Youth meets My Bloody Valentine meets Dinosaur Jr. Kortom, een geluidsmuur om U (met een hoofdletter) tegen te zeggen!

Het Antwerpse zangtrio The Golden Glows (*****) opende onze Eurosonic-vrijdag in Huis De Beurs. Begeleid door een akoestische gitaar zingen Bram van Moorhem (bariton), Jyoti Singh (sopraan) en Nel Ponsaers (alt) liedjes uit een ver verleden. Gekleed in zwart en wit engelengewaad en strakke smoking neemt het drietal ons mee naar de Amerikaanse jaren twintig en de Engelse en Ierse folk uit de 19de eeuw. The Golden Glows tillen de songs naar een hoger niveau en wagen zich ook aan het herwerken van meer hedendaagse nummers, zoals Moby's Natural blues. Muzikaal voer voor niet-alledaagse festivals, waar een band als deze niet in de massa verdwijnt.

Liefhebbers van de koorpop van Fleet Foxes vonden helemaal hun ding in de Stadsschouwburg, waar het Deense collectief Choir Of Young Believers (****) het mooie weer maakte. Een engelenkoor begeleidt de eenzame en fragiele stem van frontzanger Jannis Joya Makrigiannis, bijgestaan door pianovlokken die neerdwarrelen als sneeuw uit het hoge Noorden en violen en cello's die over het meters dikke ijs glijden. Hun repertoire kent een trage opbouw; dan rustig, en even later totale muzikale maar georchestreerde chaos die overeind blijft. Pukkelpop weet wat het te doen staat...

De Spieghel zat opnieuw vol voor Soma (FR), op dan maar richting Huize Maas, waar we vanavond nog Catpeople willen zien. Bij aankomst begint het Nederlandse Moke (**) net aan zijn set. Bijzonder jammer... Moke is immers zo'n band waarbij je niet weet wat je ervan moet denken... De groep zit vol van de clichés, heeft geen eigen geluid en kreeg desondanks in september van afgelopen jaar nog een gouden plaat overhandigd voor het debuutalbum 'Shorland'. Wie die rotzooi koopt, blijft de vraag.
Moke stond de afgelopen jaren diverse keren op Eurosonic - Noorderslag. Dat de groep na alle eerdere passages op dit showcase festival nog steeds niet ontdekt is door de Europese muziekindustrie, kan geen toeval zijn. Ook met hun nieuwe album 'The Long & Dangerous Sea' wegen ze te licht om een nieuwe Nederpop hoerastemming te rechtvaardigen. De lat mag gerust een heel stuk hoger.

Catpeople (****) is een Spaanse band waarvan we wel één en ander verwachten. De groep kan makkelijk gelinkt worden aan Editors, die in 2006 in dezelfde zaal en met een gelijkaardig geluid ontdekt werden. Frontman Adrián PD zijn spastische trekjes doen eveneens denken aan die van Tom Smith bij Editors. Catpeople kon op veel bijval rekenen bij het aanwezige publiek. De duistere melodieën blijven hangen, bepaalde donkere zanglijnen neuriën we ook vandaag nog enthousiast mee.

Voor het optreden van And So I Watch You From Afar in Vera, Maria Timm in De Spieghel en The Low Frequency In Stereo (Vera) waren we hopeloos te laat, bij elk van deze zalen stond opnieuw een wachtrij van jewelste. Wij trokken richting FEBO voor een kipburger uit de muur en hoorden aan de ander kant van de straat een beloftevol, driekoppig bandje spelen. Officiëel stonden ze niet op het Eurosonic-programma, maar hun volharding maakt dat ze een eervolle vermelding wel waard zijn.
Shoshin (***) (UK) is de naam, en ze komen uit Manchester. Met hun mini-versterkers en dito drumstel trotseerde Shoshin twee dagen lang de bittere kou om vrolijke gitaarsongs op de mensheid los te laten. Wij vragen ons dan af wie de grote winnaar is. De talrijke, officiële Eurosonic-bands die in een warme zaal voor een beperkt publiek stonden te spelen? Of Shoshin, dat ondanks de kou maar op een ideale plaats (rechtover de populaire broodjesmuur van FEBO) duizenden mensen, waaronder ook muziekprofessionals, hun aandacht wist te trekken?

Hoe dan ook, Eurosonic had ook dit jaar weer veel interessante bands op het programma staan. Welke ervan doorbreken, merken we, net als andere jaren trouwens, op in de komende maanden. Wie van hen haalt de playlists van de populaire radiozenders? Welke bands schoppen het tot de podia van Rock Werchter, Pukkelpop, Dour Festival, Pinkpop, Lowlands, Rock Am Ring, Glastonbury, Leeds Festival, ...? Een vraag waarop voorlopig enkel de Herman Schueremansen van deze wereld het antwoord kennen.


© Foto's: The Megaphonic Thrift by Sigurd Fandango, The Golden Glows, Catpeople
© Tekst: Timmy Haubrechts